Back

Variaties in de binding

Inhoud

In dit hoofdstuk komt aan de orde:

  • Verspringende linnenbinding, hiermee kan een schaduwweefsel gemaakt worden

Verspringende linnenbinding

Shadow weave is een schijnpatroon op een verspringende linnenbinding.
Het is vergelijkbaar met een gewoon schijnpatroon op linnenbinding waarbij we, zowel in ketting als in inslag, om en om een donkere en een lichte draad gebruiken. Als we deze donker licht volgorde omkeren op een bepaalde plaats, dan worden horizontale strepen verticale strepen, of vice versa.
Bij shadow weave veranderen we de kleurvolgorde van de draden (meestal) niet, maar we laten de linnenbinding plaatselijk 1 draad verspringen. Zo krijgen we een gelijkaardig effect, maar we hebben meer mogelijkheden.
Om de andere blok krijgen we zowel in ketting als in inslag een stukje platdraad tussen de blokken. Daar gaat de inslag over 2 kettingdraden of de ketting over 2 inslagdraden (de linnenbinding verspringt er een draad).
Per 2 schachten hebben we ook 2 doorhalingsgroepen en 2 betrappingsgroepen. Meestal wordt gewerkt met 4 schachten: we hebben dan 4 doorhalingsgroepen en 4 betrappingsgroepen. Maar 6 of 8 schachten geeft meer mogelijkheden.
We werken met 2 kleuren, om en om te gebruiken, zowel in ketting als in inslag.


  
In bovenstaand voorbeeld zie je dat er 4 doorhalingsgroepen zijn (hier telkens van 6 draden):

  • doorhaling A -> donkere draad op schacht 1 en lichte draad op schacht 2
  • doorhaling B -> donkere draad op schacht 3 en lichte draad op schacht 4
  • doorhaling C -> donkere draad op schacht 2 en lichte draad op schacht 1
  • doorhaling D -> donkere draad op schacht 4 en lichte draad op schacht 3

Er zijn ook 4 betrappingsgroepen (hier telkens van 6 inslagen):

  • betrapping a -> donkere inslag met schacht 1 en 3 op, lichte inslag met schacht 2 en 4 op
  • betrapping b -> donkere inslag met schacht 2 en 3 op, lichte inslag met schacht 1 en 4 op
  • betrapping c -> donkere inslag met schacht 2 en 4 op, lichte inslag met schacht 1 en 3 op
  • betrapping d -> donkere inslag met schacht 1 en 4 op, lichte inslag met schacht 2 en 3 op

Als we deze betrappingen en doorhalingen gewoon opeen laten volgen, bekomen we een soort trapmotief doorheen de stof. Door de breedte van de blokken te laten variëren, door de doorhaling van de blokken te laten terugkeren of te laten breken kunnen we andere motieven bekomen.

 

Dit is werk van Amy Putansu, gemaakt met een waaierriet

Railreed/railriet

Een railreed is o.a. te koop bij Rozengang.

https://www.rozengang.nl/railreed/

Dit zijn werkstukken van diverse weefster gemaakt met een railriet.

https://nl.pinterest.com/corrineverlinde/railreed/
https://nl.pinterest.com/julienbalthau/rail-reed/

Riet-inrijg-variaties

De volgende riet-inrijg-variaties komen aan de orde:

  • De uitersten t.w. ribs
  • Denting
  • Cramming en Denting

De extremen t.w. ribs (ook wel als rips geschreven)

De twee meest uiterste inrijgen die je kunt maken zijn:

  1. scheringdraden heel dicht tegen elkaar aan -> (veel) meer draden op een cm inrijgen, dan wanneer je dit zou doen bij een vierkantstelling -> kettingribs
  2. scheringdraden op ruime afstand -> (veel) minder draden op een cm inrijgen, dan wanneer je dit zou doen bij een vierkantstelling -> inslagribs

Kettingribs

Bij kettingribs, worden de scheringdraden met zoveel draden op een centimeter ingeweven, dat je de inslagdraad niet of nauwelijks meer ziet. Je ziet het meest van de schering/ketting. Daarom heet dit kettingribs.

Inslagribs

Bij inslagribs gebeurt het tegenovergestelde. De scheringdraden zijn op zo'n grote afstand ingeregen, dat de inslagdraden bijna als vanzelf naar beneden zakken. Je ziet niets of nog nauwelijks iets van de schering. Je ziet het meest van de inslag. Daarom heet dit inslagribs.

Denting

Er is geen goede Nederlandse term voor denting, vandaar dat ik de Engelse term blijf hanteren.

Wat is denting? Bij denting rijg je een aantal scheringdraden door het riet en vervolgens laat je een opening. Dan rijg je weer in en laat je opnieuw een opening. Als je gaat weven op deze schering, dan wissel je een aantal weefinslagen af met open ruimten.

Voor de sjaal hieronder heb ik steeds 2 cm ingeregen en 2 cm riet leeg gehouden. Vervolgens heb ik steeds blokjes van 16 inslagen geweven en heb ik openingen van ongeveer een cm leeggehouden. Zoals je ziet blijven een aantal van deze geweven draden heel mooi in een blokje zitten en gaan de buitenste draden van het geweven blokje "lopen".  De buitenste draden zoeken de ruimte in de openingen.

Door de openingen krijg je veel lucht in je weefwerk, waardoor er een heel soepel weefsel ontstaat. Dat is te zien op de foto hiernaast. Als je de sjaal laat vallen, dan komt deze als een mooie soepele prop neer. Je hebt weinig garen nodig. Je laat immers vele openingen vallen. Zo'n sjaaltje weegt dus weinig. Het scheren en weven van deze sjaal is een fluitje van een cent. De schering was binnen een half uur klaar en de rest van het werk, van opbomen tot afwerken duurde ongeveer 5 uur.

Weven:

In de sjaal die ik maakte heb ik de draad niet afgehecht bij de openingen. Hierdoor wordt de laatste inslag van het geweven blok (rode pijl) na keren de 1e inslag (groene pijl) van het volgende geweven blok. Zoals bedoeld gaat deze  draad "lopen" en zoekt het de ruimte van het opening. Zie foto hieronder.

Gebruik je verschillende kleuren voor de inslag, dan kan je er natuurlijk wel voor kiezen om steeds aan- en af te hechten. Doe dit echter met beleid. Het effect van dit weefsel is dat de buitenste draden van een geweven blok gaan "lopen. Hierdoor ontstaat het risico dat aan- en afhechtingen loskomen. Bekijk het effect eens als je de verschillende kleuren niet afhecht? Doordat dit weefsel de draden wat door elkaar lijken te lopen, kan het niet afhechten van verschillende kleuren, misschien juist wel een leuk effect geven.

Als je aan een nieuw blok begint dan leg je de 1e draad in zonder deze aan te slaan. Vervolgens de 2e draad. Let op dat deze mooi strak om de zelfkantdraad gaat. Schuif nu pas de 2 draden aan op de door jou gekozen afstand tot het andere blok. Vervolgens kun je iedere volgende inleg van dit blok, meteen aanschuiven/aanslaan.

Download hier de bindingstekening voor deze sjaal.

Opengeweven Sjaal

 

 

Schering

  • Gebruikt garen: resten synthetisch garen in 5 verschillende kleuren (volgens cm-proef 16 dr/cm)
  • Schering: 96 draden van 270 cm lengte. Omdat 270 cm op m'n scheerraam niet goed uitkwam zijn de scheringdraden 285 cm geworden.
  • Gebruikt riet: 40/10
  • Inrijgen: 16 draden op 2 cm (2 draden in één opening), * 2cm vrij laten, 16 draden op 2 cm* herhaal alles tussen * 6 maal -> er komen dus 8 stukjes van 16 ingeregen draden op 2 cm en 7 stukjes van 2 cm die vrij gelaten worden.
  • Aanbinden: Omdat ik een franje wilde, heb ik gekozen voor de strikmethode voor het aanbinden.

Inslag

  • Gebruikt garen: hetzelfde garen als voor de schering. Alleen heb ik nu voor één kleur gekozen.
  • Afwerking:Na twee inslagen -> open zoomsteek
  • Weven: Steeds 16 inslagen, dan ongeveer 1,5-2cm cm openhouden.
  • Afwerking:Op de laatste twee inslagen -> open zoomsteek. Bij deze sjaal heb ik de franje geen bewerking gegeven.

Cramming and denting

De letterlijke vertaling van Cramming and denting is proppen en deuken. Ook hier bestaat volgens mij nog geen goede Nederlandse term, dus blijf ik de term Cramming and denting hanteren.

Wat is Cramming and denting? Cramming en denting zijn twee verschillende inrijgen van het riet die afwisselend gedaan worden. Bij cramming worden de draden in een hoge dichtheid ingeregen. Bij denting worden de draden met een lage dichtheid ingeregen.

Bij de inslag doe je precies hetzelfde. Hier weef je een stukje met een hoge inslagdichtheid en dat wissel je af met een stuk met een lage inslagdichtheid.

Je kan bij de denting en de inslag met de lage inslagdichtheid, de draden zover uit elkaar zetten dat het weefsel uit elkaar zou vallen als het van het getouw komt. De cramminggebieden zorgen dat de inslag draden op hun plek blijven. De inslaggebieden met een hoge inslagdichtheid zorgen ervoor dat de scheringdraden van de dentinggebieden op hun plek blijven.

Toepassing: Ook deze techniek is zeer geschikt voor transparante weefsels en weefsels waar je veel lucht in wilt hebben. Denk aan vitrage, sjaaltjes, sierstoffen enz.