Back

Inleiding

Download leeg bindingspatroon of neem een vel ruitpapier.

Voorafgaand aan een bindingspatroon zou je een profieltekening kunnen maken. Op basis van de profieltekening ga je het bindingspatroon maken.

Een bindingspatroon bestaat uit vier delen:

  • De inrijg
  • De aanbinding
  • De trapwijze
  • Het patroon

In deze les laat ik je zien hoe je een bindingspatroon voor een linnenbinding kunt maken

Ontwerptekening

In dit geval wil ik een witte theedoek maken met een groen en oranje streep, zoals hiernaast in de ontwerptekening getekend is.

Berekenen

De theedoek moet 60 x 60cm worden voor het wassen. Ik gebruik 8/2 katoen in een linnenbinding en wil een stevig weefsel, dus kies ik 8 draden per cm voor de schering en inslag.

In de tekening heb ik aangegeven hoe breed de banen moeten worden en deze vertaald naar 8 dr/cm.

  • Een wit deel van 10 cm x 8dr/cm = 80 draden,
  • De groene baan is 4 cm x 8dr/cm = 32 draden
  • Dan weer wit van 4 cm x 8dr/cm = 32 draden
  • Vervolgens oranje van 1 cm x 8dr/cm = 8 draden
  • En tot slot 41 cm wit x 8dr/cm = 328 draden

Hiermee heb ik ook meteen het scheringsplan gemaakt.

Bindingstekening

De inrijg

Hieronder zie je het inrijgblok. Deze hebben we ook in de 1e cursusbijeenkomst behandeld. De rij waar het nummer 1 voor staat stelt schacht 1 voor. Nummer 2 staat voor schacht 2 enz.

Rechtshandigen rijgen meestal van rechts naar links in. In dat geval lezen we de inrijgtekening ook van rechts naar links en zie je dat er achtereenvolgens op schachten 1, 2, 3 en 4 ingeregen moet worden. Voor linkshandigen geldt het omgekeerde.

Verder zie je dat ik de inrijgtekening niet helemaal heb uitgetekend. Dit zou extreem veel werk zijn en ook niet nodig. Het rapport is nl. steeds hetzelfde (1, 2, 3 en 4) alleen de kleur wisselt. Daarom heb ik de kleurwissels ingetekend en erboven gezet hoe vaak deze herhaald moet worden. Om duidelijk te maken welke kleuren gebruikt worden, kleur ik de vakjes in de kleur van de banen. (Zwart stelt in dit geval wit voor)

De inrijg wordt aangeven met een horizontale balk. Iedere scheringdraad wordt aangeven met een ingekleurd hokje.

Deze balk kan zowel bovenaan het bindingspatroon staan als onderaan. ( Nederlanders zetten de balk boven, Belgen zetten de balk beneden)

De aanbinding

De aanbinding verwijst naar de wijze waarop de schachten aan hendels of trappers zijn bevestigd.

Naast de balk met de inrijg, komt het blok voor de aanbinding te staan. Meestal staat deze rechts van de balk. In dit voorbeeld heb ik twee aanbindblokken getekend.

  • Het 1e blok geeft de schrijfwijze voor een tafel getouw met 4 schachten. Boven het aanbindblok zie je de nummers van de hendels. Via hendel 1 wordt schacht 1 gelift, hendel 2 tilt schacht 2 op, enz.
  • Het 2e blok geeft de schrijfwijze voor een trapper getouw. Voor de linnenbinding heb je slechts twee trappers nodig. Aan trapper 1 bindt je schachten 1 en 3 en aan trapper 2 schachten 2 en 4.

De trapwijze

De verticale balk die onder of boven het aanbindblok staat geeft de trapwijze aan (Lees ook: hendel-omzet-wijze)

Vaak staat bij de trapwijze aangegeven of het om een opgang of een neergang gaat. Vaak wordt die ook aangeduid door vlakjes/rondjes en door kruisjes. Vlakje/rondjes staan voor de opgang en kruisjes voor de neergang. Met opgang wordt bedoeld dat het bindingspatroon gemaakt is voor een getouw waarbij de schachten omhoog gaan. Bij een neergang getouw gaan de schachten naar beneden.

Heb je een getouw met opgaande schachten en een trapwijze voor neergaande schachten dan kan je twee dingen doen:

  • patroon omzetten naar een patroon voor opgaande schachten
  • Patroon gewoon weven. De bovenkant van je weefsel komt nu aan de onderkant.

Als er niets bij de trapwijze staat, dan kan je ervan uitgaan dat het om een opgang-trapwijze gaat.

Het linker trapwijze-blok laat zien welke hendels je per inslag moet overhalen. En het rechter trapwijze-blok toont de trapwijze voor een trapper getouw.

Staat het inrijgblok bovenaan de tekening, dan lees je de trapwijze van boven naar onderen.

Het patroon

Als de inrijg, aanbinding en de trapwijze bepaald zijn, kan het effect van deze ingetekend worden in het patroon. Het patroon is dus een onderdeel van het bindingspatroon.

  • Als ik trapper 1 indruk (of hendels 1 en 3 omhaal), gaan de schachten 1 en 3 omhoog. Dit betekent dat de inslagdraad onder de scheringdraden van schachten 1 en 3 heen gaan.
  • Dus daar waar een scheringdraad op schacht 1 en 3 zitten ga je deze verticaal in het weefsel terugzien. Daarom zet ik in het patroon een paar verticale streepjes op deze plekken in de kleur van de scheringdraad.
  • De schachten 2 en 4 blijven in ruste, waardoor de inslagdraad over de scheringdraden van schachten 2 en 4 gaan.
  • Daar waar scheringdraden op schacht 2 en 4 zitten ga je de inslagdraad zien. De inslagdraad loopt horizontaal. Daarom zet ik in het patroon een paar horizontale streepjes op deze plekken in de kleur van de inslag.

We doen nu hetzelfde waarbij trapper 2 wordt ingedrukt en er een roze inslagdraad wordt ingeslagen.

  • Nu zie je dat de inslagdraad onder de scheringdraden van schachten 2 en 4 gaan. Hier zijn verticale streepjes in de kleur van de scheringdraad getekend.
  • De inslagdraad gaat over de scheringdraden van schachten 1 en 3. Hier zijn horizontale streepjes getekend in de kleur van de inslagdraad.

Hieronder is een patroon volledig uitgetekend.

Als je goed begrijpt hoe dit werkt, dan kan je je ook laten helpen door een weefprogramma. Onderstaand een tekening van het programma MetaWeave. Hier zie je dat de inrijg en het aanbindblok van onderaan de tekening staat. Dit komt omdat dit een weefprogramma van Belgische makelij is. Ook zie je dat de trapwijze van onder naar boven gelezen wordt.