Back

Hoe wil je weefwerk afwerken?

Bedenk voor je start met weven hoe je je je weefwerk wilt gaan afwerken.

  • Weet je het nog niet, of ga je de lap gebruiken om er iets van te naaien o.i.d.?
    • Sluit het weefwerk dan op tussen een aantal inslagen rest- of textielgaren aan het begin en eind van het weefwerk. Je kunt daarna kiezen voor zigzaggen, afwerkingssteken enz.
    • Of gebruik textiellijm aan het begin en het eind van het werk. Wel goed laten drogen voor je start met weven of voor je het weefwerk af haalt.
  • Wil je een afwerkingssteek gebruiken zoals de zoomsteek (Hemstich), dan kan je deze al toepassen als je weefwerk op het getouw zit.

Zorg altijd dat je je weefwerk volledig afgewerkt hebt voor je deze gaat wassen/nat afwerken.

Werk zoveel mogelijk af tijdens het weven

  • Als je al weet dat je je weefwerk met een zoomsteek (Hemstich) wilt afwerken, zet deze steek er dan direct in, nadat je een aantal inslagen hebt gemaakt. Je weefsel staat dan mooi gespannen op het getouw waardoor het eenvoudig is om je weefwerk af te werken. Doe dit ook als je aan het eind gekomen bent van je weefwerk.
Zoomsteek aan het begin en eind van het weefwerk voor rechtshandigen.
Zoomsteek aan het begin en eind van het weefwerk voor linkshandigen.

  • Zorg je inslagdraad  aan- en afhecht zoals eerder besproken. Knip, zodra je twee inslagen hebt gemaakt de losse draadjes op 1 cm na af. Ze zijn nl. goed afgehecht. Door ze kort af te knippen is dit een teken dat je er later niets meer aan hoeft te doen.  Je knipt de draden nog niet helemaal af, omdat deze zich tijdens het wassen/natte afwerking mogelijk nog anders willen zetten.
  • Kijk steeds naar je geweven doek en probeer evt. weeffouten snel te ontdekken. Als je snel een fout ontdekt dan is deze het mooist op te lossen door een stukje terug te weven. Ben je al een heel eind verder dan kan je twee dingen doen:
    • Het laten zitten of
    • Uithalen. Je knipt dan heel voorzichtig de inslagdraden door tot aan de fout. Haalt de inslagdraden weg en hecht een nieuwe draad aan en weef foutloos door.

Draden afhechten

De draden die je tijdens het weven nog niet afgehecht hebt, worden nu afgehecht. Zorg dat je zoveel mogelijk gebruik maakt van de wijze waarop schering en inslag met elkaar samen werken. Door in het verlengde daarvan af te hechten, valt het zo min mogelijk op dat er draden gehecht worden.

Foutcontrole

Kijk als je weefwerk van het getouw is, heel nauwkeurig je weefsel na op fouten en corrigeer deze. Een vaak voorkomende fout is dat je inslag draad niet keurig door de sprong is gegaan. Hierdoor heeft de inslag draad een aantal scheringdraden gemist en zie je een te lange overslag (flottering)

Op foto 1 is zichtbaar dat er een ongewenste flottering is ontstaan. Door met dezelfde kleur (hier dienen scheringresten vaak prima voor) weef je met een naald een nieuwe draad in. Begin ongeveer 1,5 cm voor de flottering en eindig ongeveer 1,5 cm daarna (zie foto 2).

Op foto 3 is de nieuwe draad ingeweven. Vervolgens kan de ongewenste flottering weggeknipt worden (zie foto 4).

Zomen

Heb je een weefwerk dat een zoom nodig heeft? Wacht dan met zomen tot na het wassen, tenzij het garen waarmee je de zoom maakt van hetzelfde materiaal is, waarmee je geweven hebt. Dit om te zorgen dat de totale stof dezelfde krimp heeft en de zomen niet gaan lubberen. Zorg wel dat het weefwerk gezigzagd is om het wassen te kunnen doorstaan zonder te rafelen. Textiellijm wil nog weleens loslaten tijdens het wassen.

Franje

Wil je een franje? Dan maakt je deze voor het wassen. Hieronder een paar voorbeelden van franjes.