Back

Als je geen linnenbinding aan de zijkanten van je werkstuk weeft, loop je het risico dat één of meer van de uiterste draden tijdens een aantal inslagen niet mee gewoven worden.

In dit soort gevallen maak je gebruik van de zwevende zelfkant.

Twee manieren om een zwevende zelfkant te maken

  • Buitenste scheringdraden worden zwevende zelfkant. De buitenste scheringdraden rijg je niet door een hevel, maar wel door het riet. Vervolgens bind je deze aan zoals je gewend bent.
  • Zwevende zelfkant toevoegen.
    • Je scheringdraden gewoon inrijgen volgens patroon en later voeg je 2 losse zelfkantdraden toe.
    • Dit doe je door de lengte van een scheringdraad op een breivisje o.i.d. te winden.
    • Rijg de scheringdraad door het riet en bind deze aan.
    • Laat het breivisje over de strijkboom hangen en verzwaar deze.

Eventueel kan je ook twee draden gebruiken voor de zelfkant. Zelf gebruik ik bij theedoeken altijd een dubbele draad als zelfkant. Dit is net wat steviger. Zeker als ik tijdens het weven gebruik maak van een breedte houder is dit prettig.

De zwevende zelfkant herken je zodra je één of meer schachten bediend. Deze draad blijft nl. in het midden of laag hangen, omdat deze niet in een hevel geregen is.

Weven van de zwevende zelfkant

Zorg dat je de zwevende zelfkant altijd op dezelfde manier weeft. Zelf ga ik, ongeacht of ik van rechts of links de inslagdraad inschiet, over de eerste zwevende zelfkant en onder de laatste zwevende zelfkant.

Door dit steeds op dezelfde manier te doen, ontstaat er spiergeheugen waardoor dit een automatisme gaat worden.