Back

Hevel rijgen

Klaarleggen

  • Inrijgtekening
  • Hevelhaak (haaknaald)
  • Riethaak (rietmes, dunne metalen liniaal)

riethaak wit plastic (foto nr 1)
riet- en hevelhaak Texsolv rood plastic (foto nr 2)
hevelhaak (foto nr 3)
riethaak Louët (foto nr 4) Kan ook gebruikt worden voor de cm-proef.
riet- en hevelhaak messing (foto nr 5)

Hevelberekening

Zoals je hierboven in de inrijg kunt zien worden de inrijgen (schacht 1 – 1 draad; schacht 2 – 1 draad; schacht 3 – 1 draad; schacht 4 – 1 draad) in het rode vierkant voortdurend herhaald. De inrijg in het rode vlak heet rapport.

In je eerste werkstuk (sjaal) is het rode vierkant het enige rapport. Dit betekent:

  • ¼ deel van alle kettingdraden komen op schacht 1
  • ¼ deel van alle kettingdraden komen op schacht 2
  • ¼ deel van alle kettingdraden komen op schacht 3
  • ¼ deel van alle kettingdraden komen op schacht 4

Stel je hebt 120 kettingdraden. Deze worden in bovenstaand voorbeeld gelijkelijk verdeeld over 4 schachten. Dus 120/4= 30. Er zijn 30 hevels per schacht nodig.

Je moet nu zorgen dat de 30 hevels mooi in het midden van iedere schacht gaan komen.

Hevelrijgen

Weefwerk keurig in het midden

Rechtshandigen kunnen het beste van rechts naar links de hevels inrijgen. Zorg dat je weefwerk keurig in het midden komt. En dat is niet altijd even makkelijk. Als je weefwerk smal genoeg is, dat je geen last hebt van de lege hevels die je naar links en rechts van de schacht kunt schuiven is het niet zo heel moeilijk. Lees in dit artikel hoe je heel snel het midden van je hevels bepaald en snel hevels kunt tellen.

Inrijgen

Zodra je bepaald hebt waar je start met het inrijgen ga je als volgt te werk:

  • Pak je inrijgpatroon erbij
  • Schuif de 1e vier hevels die volgens inrijgtekening ingeregen moeten worden naar rechts.
  • Pak 4 draden met je linkerhand op de wijze zoals op de foto. De 1e draad tussen duim en wijsvinger, de 2e tussen wijsvinger en middelvinger, de 3e tussen middelvinger en ringvinger en de laatste tussen ringvinger en pink. Doe dit met je handpalm naar beneden.
  • Nu steek je de hevelhaak door de opening van de 1e hevel en haalt de 1e draad erdoor.
  • Dit herhaal je bij de 2e tot alle 4 draden door de hevels zijn.

En zo verwerk je alle draden. Steeds als je een klein bundeltje draden hebt dan voeg je de draden samen tot een slip-lus. Hiermee voorkom je dat je draden per ongeluk uit de hevels getrokken worden.

Klaar met hevelrijgen? Dan zijn er twee opties voor de kruislatten t.w. verwijderen of deze zo dicht mogelijk naar de strijkboom brengen, waarbij de kruislatten horizontaal tussen het garen liggen. Als de kruislatten te dicht bij de hevels liggen, kunnen ze het heffen van de schachten beperken. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar het verwijderen van de kruislatten.

Fouten voorkomen

Er is een aantal handelingen tijdens het in gereedheid brengen van het weefgetouw die foutgevoelig zijn. Het inrijgen van de hevels is er één van.

Voor het 1e werkstuk hebben we een simpele rechte inrijg gekozen. Hieronder zie je een rechte inrijg. Links staan de nummers van de schachten. Als je rechtshandig bent rijg je de hevels in van rechts naar links. Je begint bij schacht 4 inrijg door 1 hevel, dan schacht 3, 2 en tenslotte 1.

Om te zorgen dat je zo min mogelijk fouten maakt en om te zorgen dat je zo snel mogelijk in de gaten hebt wanneer je een fout maakt doe je het volgende:

  • Je ziet steeds het zelfde ritme in de rijging. Van rechts naar links zie je dat steeds de 4 inrijgingen 4, 3, 2, 1, herhaald worden.
  • Schuif steeds 4 hevels 1 van ieder schacht naar rechts. Zet de hevels in de goede volgorde. 4 het meest rechts, een halve cm naar links 3, en weer een halve cm naar links 2 en tenslotte een halve cm naar links 1.
  • Steeds als je 4, 8 of 12 hevels (afhankelijk van  het aantal draden per cm) hebt ingeregen, dan leg je er een slip-lus in.

Als je meer ervaren bent en ingewikkelder inrijgen gaat maken, doe je eigenlijk precies hetzelfde:

  • Zoek de herhaling in de inrijg.
  • Schuif het aantal hevels van de herhaling naar rechts en in de goede volgorde
  • Haal de kettingdraden door de herhaling en bundels ze in een logisch aantal draden met een slip-lus.

Rietrijgen

Rietdichtheid

De rietdichtheid wordt aangegeven door het aantal openingen die er zijn per 10 centimeter. Een 40/10 riet heeft 40 openingen op 10 cm. Als je een weefsel hebt waarbij je 4 draden per cm gaat inweven, dan rijg je 1 draad per opening in. Wil je echter op dit zelfde riet 7 draden per cm inrijgen, dan vraagt dit om een simpele berekening.

7 draden moeten in 4 openingen, dus 7 : 4 = 1 rest 3

Dit betekent dat er in 4 van de 4 openingen 1 draad kan en in 3 van de 4 openingen kan er nog een draad bij. We rijgen dus in 2-2-2-1   en weer 2-2-2-1

2.2. Bepalen waar je start met inrijgen

Is je riet 60 cm, je weefsel 40 cm. 60 cm – 40 cm = 20 cm dat niet ingeregen wordt. Omdat je dit evenredig over het riet wil verdelen deel je 20 door 2 = 10 cm aan weerszijden. 10 cm vanaf een zijkant begin je met inrijgen.

Rietrijgen

Afhankelijk van het soort getouw kan je het riet inrijgen als deze verticaal hangt/staat of horizontaal ligt. Kijk zelf wat jou de beste zithouding geeft.

Hieronder zie je hoe het horizontaal inrijgen werkt.

  • Haal het riet uit de riethouder en leg deze horizontaal. Fixeer het riet dusdanig dat het niet valt.

Met het rietmes wordt het juiste aantal draden door de opening van het riet geduwd.

Vergeet niet om onder het riet steeds een bundeltje draden met een slipknoop te fixeren. Dit voor het geval het riet toch van het getouw valt.